Valle Maira: dé wandelvallei van Piemonte

Twintig jaar geleden trok Val Maira voluit de kaart van het wandeltoerisme. Sindsdien leeft het dal in Piemonte weer helemaal op. We verkenden er enkele dagen de Percorsi Occitani en waren onder de indruk van de mooie dorpen, het ongerepte landschap en het overheerlijke eten.

Pian della Gardetta, Rocca La Meja

De dag begint grijs, maar hoe hoger we komen, hoe doorzichtiger de wolken worden. Net wanneer we Preit binnenwandelen, breekt de zon door. We vleien ons neer op het terras van Rifugio Lou Lindal. Onder ons ruist een riviertje, aan de andere kant kruipt het dorpje de bergflank op. Dertig robuuste huizen, met muren van natuursteen en zware leien op het dak. Grote zuilen ondersteunen daken en portiekjes. Hier en daar is een steegje overwelfd. Een dorp zoals er veel zijn in Val Maira: ruw en ongepolijst, maar o zo charmant.

Nieuwe dynamiek

Twintig jaar geleden was ik voor het eerst in dit afgelegen dal in het zuidwesten van Piemonte.  Je kon toen niet naast de dichtgespijkerde ramen en de barsten in de muren kijken. De dorpen leken op sterven na dood. Maar nu is het beeld helemaal anders. De meeste huizen zijn opgeknapt. Geraniums sieren de gevels. En de kleine tuintjes zijn piekfijn onderhouden. De vallei heeft haar tweede adem gevonden. Met dank aan onder andere het wandeltoerisme.

Geïnspireerd door de Grande Traversata delle Alpi (GTA) creëerden enkele valleibewoners in de jaren 90 een nieuwe meerdaagse wandelroute aan beide zijden van het Mairadal: de Percorsi Occitani (PO). Oude paden werden vrijgemaakt en in de dorpjes werden eenvoudige posto tappa’s voor wandelaars ingericht. Het succes overtrof alle verwachtingen. Vooral Duitstalige wandelaars vonden al snel de weg naar de vallei. Val Maira groeide uit de populairste wandelvallei van Piemonte. De infrastructuur is er uitstekend: goede paden, een ruime waaier aan kleinschalige overnachtingsmogelijkheden en zelfs bagagevervoer door een lokaal taxibedrijfje. Het dal leeft weer. Mondjesmaat trekt de vallei nieuwe bewoners aan. Toch zijn de meeste dorpen in de winter nog altijd quasi verlaten. Preit bijvoorbeeld heeft maar zes permanente bewoners meer. In 1900 waren het er nog 450.

 

Dorpsmuseum

Om de volledige PO te wandelen heb je twee weken nodig. Wij beperken ons tot een vijftal etappes ten zuiden van de Mairarivier. In Preit kiezen we voor een weinig belopen variant naar het dorpje Chialvetta, over de Colle Soleglio Bue (2338 m). Een stevige tocht, duizend meter omhoog en omlaag. De zon is van meet af aan van de partij en zal ons de rest van de tocht niet meer in de steek laten. Alles staat in bloei, in de weiden gonst het van de hommels en de bijen. Het kost ons wat moeite om de markeringen te vinden in het hoge gras, maar uiteindelijk bereiken we vrij vlot de pas. Het uitzicht is schitterend en reikt van de Franse Ubaye tot de 3834 m hoge Monviso.

Een paar uur later verwelkomt Rolando Comba ons op het piepkleine balkonnetje van zijn Osteria della Gardetta. Zwarte baard, buikje, witte schort. Rolando is kok in hart en nieren en als geen ander verknocht aan zijn streek. In de jaren 70 kon hij aan de slag in een chic hotel in Sankt-Moritz, maar hij keerde terug naar Chialvetta en nam het eenvoudige eethuisje van zijn grootouders over. Hij stond mee aan de wieg van de PO en opende een van de eerste posto tappa’s. Elke wandelgids zingt de lof over zijn kookkunsten.  ‘s Avonds neemt Rolando ons mee naar de achterkant van zijn huis. Daar bouwde hij een oude hooizolder om tot een klein museum: twee verdiepingen, volgestouwd met 1500 oude gebruiksvoorwerpen uit Chialvetta en omgeving: landbouwwerktuigen, een trapnaaimachine, een oude radio, houten ski’s en sneeuwschoenen, …  “Ik ben aan mijn verzameling begonnen toen ik 10 was”, vertelt hij trots. “Het is altijd mijn passie gebleven.”

 

Dolomieten van Cuneo

In Chialvetta sluiten we aan op het hoofdtracé van de PO. Het pad volgt een tijd lang de lieflijke Unerziovallei stroomopwaarts. Pas voorbij het gehucht Viviere gaat het echt omhoog. Al gauw komen we in een ruw berglandschap terecht van uitgestrekte bergweiden en steile, lichtgrijze kalkrotsen. De ‘Dolomieten van Cuneo’ wordt deze streek ook wel genoemd. Tegen de middag bereiken we de Passo della Gardetta (2437 m). Voor ons ligt de weidse hoogvlakte van Gardetta, gedomineerd door de kegelvormige Rocca La Meja (2833 m). Twee mountainbikers komen uit de andere richting naar boven gefietst. Ook zij hebben Val Maira ontdekt.

We dalen af naar de vlakte en houden even halt bij de Rifugio La Gardetta, een voormalige kazerne. In de buurt liggen ook enkele bunkers en over de pas loopt een oude militaire weg. Tot de Tweede Wereldoorlog was dit een zwaarbewaakt grensgebied.

 

Boerderij

De volgende twee nachten verblijven we op een boerderij bij de Col del Preit (2075 m). De familie Colombero brengt hier sinds jaar en dag de zomermaanden door. Vader Chiafreddo zorgt samen met zijn zonen voor de koeien, mama Giovanna bekommert zich om de gasten van de agriturismo en heerst over de keuken. ’s Avonds tovert ze de heerlijkste antipasti op ons bord.

Van de agriturismo maken we een mooie dagwandeling naar het Lago Nero, een meertje ten noorden van La Meja. De dag daarna nemen we de draad van de PO weer op. Door een weids weidenlandschap wandelen we van de ene pas naar de andere. We blikken een laatste keer terug naar de hoogvlakte van Gardetta. In het noorden speelt de Monviso verstoppertje met de wolken en in het zuiden komen de besneeuwde toppen van de Maritieme Alpen in beld. Op de Colle del Mulo zit het klimwerk erop. We dalen af naar het idyllische Lago Resile. Vanaf daar gaat het verder bergaf door de schaduwrijke Marmoravallei. In de posto tappa van Arata zijn we met een Duits koppel de enige gasten. Uitbater Mauro is de vriendelijkheid zelve en slooft zich uit om het ons naar de zin te maken. De groenten en aardbeitjes uit de moestuin smaken heerlijk. We krijgen maar niet genoeg van het lekkere eten op deze tocht.

 

 

Genepi

De volgende etappe is nogal kort. Daarom maken we een omweg via de uitzichtrijke Monte Buch (2110 m). De afdaling is ongemeen steil. Opgelucht, maar met pijnlijke knieën, komen we in het piepkleine Palent, verscholen in een plooi in het landschap. Alle wegen houden hier op. Een dorp aan het einde van de wereld waar nog drie mensen wonen. Aan de rand liggen enkele genepivelden. Van de kleine bloempjes wordt de bekende alpenlikeur gemaakt. ’s Avonds klinken we bij een glaasje op de goede afloop van de tocht. Er wacht ons alleen nog de afdeling naar de vallei. We maken nu al plannen voor een vervolg.

 

Praktische info

Etappes

  1. Maddalena – Preit (4 uur, ↑900 ↓550)
  2. Preit – Colle Soleglio Bue – Chialvetta (5 uur, ↑800 ↓850)
  3. Chialvetta – Agriturismo La Meja (4.30 uur, ↑1000 ↓400 )
  4. Dagwandeling naar Lago Nero, via Grange Selvest (5 uur, ↑950 ↓950 )
  5. Agriturismo La Meja – Arata (6 uur, ↑800 ↓1500)
  6. Arata – Monte Buch – Palent (5 uur, ↑800 ↓700)
  7. Palent – Bassura di Stroppo (2 uur,  ↓550)

Etappes 2 tot 7 (met uitzondering van de omweg over de Monte Buch in etappe 6) maken deel uit van de Percorsi Occitani en zijn bewegwijzerd met gele strepen.

Vervoer

Maddalena en Bassura di Stroppo liggen aan de weg door het Mairadal en zijn bereikbaar met de bus (Benese, www.benese.it . Alternatief:  bus ATIBUS tot Dronero en daar verder met de taxi (Sherpabus, www.latappavallemaira.it)

Bagagevervoer

Sherpabus (8 euo per stuk, ’s avonds reserveren voor de volgende dag), Lees meer over de Sherpabus

Logies

Er is een ruim aanbod aan posto tappa’s en pensionnetjes. Wij overnachtten in:

Een volledig overzicht vind je op www.invalmaira.it

Wandelgidsen

  • Ursula Bauer und Jürg Frischknecht (2016), Antipasti und alte Wege. Valle Maira – Wandern im andern Piemont, , Rotpunktverlag:  zeer volledige wandelgids over de Percorsi Occitani. Beschrijft ook een reeks varianten en bevat veel achtergrondinfo over de streek. Lees meer
  • Sabine Bade – Wolfram Mikuteit (2010), Wanderführer mit 38 Touren, , Michael Müller Verlag: beschrijft enkele dagwandelingen
  • Iris Kürschner (2010), Piemont Süd – Vom Monviso bis zu den Ligurischen Alpen, , Bergverlag Rother, 2010: beschrijft enkele dagwandelingen

Wandelkaarten

  • Alta Val Maira, Carta dei sentieri e stradale, 1:25.000, Fraternali
  • Val Maira, Carta dei Sentieri 1:25:000, l’Escursionista
  • Bruno Rossano, Chaminar in Val Maira, Carta 1:20.000, Bruno Rosano, l’Artistica Editrice

Fotoboek

Jörg Waste & Giorgio Alifredi Kaufbeuren (2013), Rimango in Valle Maira – Ich bleibe im Valle Maira, Assafar: mooi fotoboek over de vallei en haar bewoners. Lees meer

Websites

Bekijk meer foto’s